Regelmatig komen vragen van lokale Voedselbanken (VB’s) binnen over btwondernemerschap en de voor- en nadelen daarvan. Met de hulp van de btw-specialisten van PwC zetten wij in dit stuk de belangrijkste aandachtspunten op een rij. De conclusie is dat VB’s in beginsel geen btw-ondernemer zijn, maar in sommige situaties wel met btwondernemerschap te maken kunnen krijgen. Omdat btw-ondernemerschap ook nadelen meebrengt, komen hierna ook de mogelijke oplossingen voor die situaties aan de orde.
Wanneer komt btw-ondernemerschap voor VB’s in beeld?
De btw-wetgeving kent een ruim toepassingsbereik. Van btw-ondernemerschap is sprake zodra je diensten of producten aanbiedt tegen een vergoeding en daarbij handelt als een ondernemer, hetgeen inhoudt dat je zelfstandig moet handelen en zelfstandig een economisch risico draagt. VB’s kunnen bijvoorbeeld met btw-ondernemerschap te maken krijgen bij het aanbieden van sponsorpakketten aan donateurs en/of het opwekken van elektriciteit door middel van
zonnepanelen, waarbij deze deels wordt teruggeleverd aan de energiemaatschappij.
Sponsoring #
Op voorhand en ter voorkoming van enige onduidelijkheid: VB’s kunnen géén gebruik maken van de zogenoemde fondsenwervingsvrijstelling. Deze vrijstelling is alleen van toepassing als de hoofdactiviteiten van de fondsenwerver zijn
onderworpen aan de heffing van btw. VB’s zijn voor hun hoofdactiviteiten (distributie van voedsel om niet) niet onderworpen aan btw-heffing en kunnen daarom geen beroep doen op de fondsenwervingsvrijstelling. Dit betekent dat VB’s voor het aanbieden van ‘sponsorpakketten’ tegen vergoeding in beginsel zijn onderworpen aan btw-heffing (wat betekent dat de sponsoring 21% duurder is). Ze zullen immers een prestatie leveren waarvoor ze een vergoeding ontvangen, waarbij deze vergoeding de daadwerkelijke tegenprestatie vormt voor de te leveren prestatie. De heffing van btw zou geen probleem moeten zijn voor sponsoren die recht op aftrek van btw hebben, deze kunnen de door de VB’s in rekening gebrachte btw verrekenen. Voor andere sponsoren vormt de btw een aanvullende last. Daarnaast zullen voor de VB’s de administratieve lasten toenemen.
Mogelijke oplossingsrichtingen sponsoring #
1. Er wordt in de fiscale literatuur verdedigd dat een loutere naamsvermelding van de gever voor de btw niet leidt tot het aannemen van een prestatie tegen vergoeding. Het gaat hierbij om een kleine naamsvermelding in een jaarverslag o.i.d. Het komt de btw pecialisten van PwC voor dat het vermelden van een naam en logo op de site van de VB’s hieronder valt te scharen (mits er geen cookies, hyperlinks e.d. aan zijn gekoppeld). Het plaatsen van logo’s en dergelijke op een bestelauto in ruil voor de sponsorbijdrage zal volgens hen wel leiden tot heffing, hetgeen inhoudt dat de VB’s
2 een deel van de btw die drukt op de kosten van de bestelauto in aftrek kunnen brengen. Er zijn in de praktijk voorbeelden waarbij goede doelen met gevers afspreken dat deze de vermelding van de naam op prijs stelt of dat de ontvanger zich het recht voorbehoudt om de naam van de donateur te vermelden als teken van erkenning. Omdat er dan geen verplichting over en weer ontstaat, is geen sprake van een afdwingbare tegenprestatie en kan daarom geen sprake zijn van heffing van btw. Dit moet dan goed schriftelijk worden vastgelegd. Let erop dat dit logo-gebruik geen bepalend onderdeel is van de samenwerking maar meer een ‘gunst’ die de VB’s verlenen aan de donateur. Het verstrekken van deze gunst moet verder voor een concreet doel en een concrete tijdsperiode zijn. Controleer dit zo nodig na afloop van de tijdsperiode. Een en ander moet schriftelijk vastgelegd worden. Zie hierna een
voorbeeldtekst daarvoor.
Publiciteit
[DONATEUR] stelt het op prijs als de [NAAM VOEDSELBANK] haar medewerking verleent aan de productie en openbaarmaking van uitingen van publiciteitsmateriaal, zowel voor gebruik in de communicatiekanalen van de [NAAM VOEDSELBANK] zelf, alsmede in de kanalen van Voedselbank Nederland.
3. VB’s kunnen overwegen om een beroep te doen op de kleineondernemersregeling (KOR) in de btw, waarbij een maximale btw-omzet geldt van 20.000 euro per kalenderjaar. Bij de toepassing van deze regeling hebben de VB’s geen recht meer op aftrek van voorbelasting. Toepassing van de KOR is alleen mogelijk na aanmelding bij de Belastingdienst. Alle btw-ondernemers (dus ongeacht hun rechtsvorm) kunnen gebruikmaken van de KOR. De keuze voor de KOR geldt voor ten minste drie jaar. Zie de website van de Belastingdienst voor meer informatie: https://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/bldcontentnl/belastingdienst/zakelijk/
btw/hoe_werkt_de_btw/kleineondernemersregeling/kleineondernemersregeling
Bij overschrijding van de drempel van 20.000 euro zijn de VB’s alsnog btw verschuldigd. Om een beroep te doen op de KOR moet de betreffende voedselbank eerst geregistreerd worden als ondernemer, waarna het verzoek inzake de KOR kan volgen.
Uitwerking KOR #
VB’s kunnen onder voorwaarden gebruikmaken van de KOR-vrijstelling, zie hiervoor. De keuze voor de KOR geldt voor ten minste drie jaar en is gunstig als er binnen deze termijn geen nieuwe investeringen in zonnepanelen of andere ondernemersactiviteiten worden voorzien. Als de KOR wordt toegepast, voldoet de VB vanwege de vrijstelling geen btw over de teruglevering van stroom (= het saldo). De toepassing van de KOR betekent echter ook dat er geen recht op aftrek van btw op onderhoudskosten en andere investeringen bestaat. Verder gelden dan niet de administratieve verplichtingen die er bestaan zonder de KOR, zoals het uitreiken van facturen en het voeren van een btw-administratie. Dit kan als een voordeel van de regeling worden beschouwd. Het toepassen van de KOR-vrijstelling heeft ook gevolgen voor de eventueel eerder in aftrek genomen btw op de aanschaf van zonnepanelen.
Aanleg en gebruik van zonnepanelen #
Indien VB’s zonnepanelen laten aanleggen en deze vervolgens gebruiken om stroom op te wekken voor de eigen activiteiten, maar ook om stroom te leveren aan de energiemaatschappij, gaat de heffing van btw een rol spelen.
Het leveren van stroom (rest-/overcapaciteit) aan een energiemaatschappij tegen een vergoeding wordt voor de heffing van de omzetbelasting aangemerkt als de exploitatie van een vermogensbestanddeel. Dit heeft voor de btw tot gevolg dat de exploitant kwalificeert als btw-ondernemer en dit geldt ook voor VB’s. VB’s behalen voor heffing van de btw pas omzet indien er over een periode van een jaar bezien per saldo stroom wordt geleverd aan de energiemaatschappij en de VB’s een vergoeding voor deze stroom ontvangen. VB’s mogen de btw die drukt op de aanschaf en aanleg van de zonnepanelen niet volledig in aftrek brengen, indien de door de zonnepanelen opgewekte elektriciteit ook wordt gebruikt voor de kernactiviteiten. Er bestaat wel aftrek voor zover de elektriciteit wordt geleverd aan de energiemaatschappij.
Voor- en nadelen van btw-ondernemerschap #
Het belangrijkste voordeel van btw-ondernemerschap is de btw-aftrek. Nadelen zijn echter de administratieve verplichtingen, die bij niet of niet juiste nakoming kunnen leiden tot boetes en daarmee tot imagoschade.
Het zijn van btw-ondernemer betekent dat VB’s in aanmerking kunnen komen voor vrijstelling BPM bij de aanschaf van een bestelauto en voor een verlaging van de motorrijtuigenbelasting. Bijkomende voorwaarde is dat de bestelauto voor 10% of meer gebruikt wordt in het kader van de ‘onderneming’. Beide regelingen worden overigens per 1 januari 2025 afgeschaft.
Conclusie / Standpunt bestuur VBN #
Gelet op de nadelen van btw-ondernemerschap voor VB, met name de administratieplicht, te riskeren boetes en imagoschade, ontraadt VBN de lokale VB’s btw-ondernemerschap.
Houten, januari 2024