Trouw mei 2024 reportage drempelvrees

Domein:

TROUW Reportage Drempelvrees, Elleke Bal10 mei 2024, 10:13 #

Liever hongerig thuis op de bank, dan naar de voedselbank: Tilburgse onderzoekers proberen te ontdekken waarom

Het is dé grote vraag voor voedselbanken: waarom is de drempel zo hoog om voedselhulp te accepteren? Bij uitzondering mogen wetenschappers van de Tilburg University onderzoek doen om daarachter te komen.

Hij weet nog dat het ‘heel spannend en heftig’ was om er voor het eerst naar binnen te lopen. “Nu hoor ik dus bij deze club”, dacht Karim (40), toen hij de drempel van de voedselbank in Den Bosch over stapte. “Dat gevoel was intens. Je wilt helemaal niet afhankelijk zijn.”
Het leven van Karim was in korte tijd ‘in een tornado’ terechtgekomen, blikt hij terug. Als ondernemer kwam hij in de schulden terecht, die hij probeerde af te betalen door zo veel mogelijk uren in de horeca te draaien. Een hele krachttoer, met twee kleine kinderen om voor te zorgen. “Ik liep stuk en kwam onder meer in de ggz terecht.” Inmiddels zit Karim er heel anders bij, vertelt hij in het vergaderhonk van de voedselbank Den Bosch. Hij heeft moeilijke jaren achter de rug, dat wel. Maar hij is opgekrabbeld, werkt toe naar een baan, het leven ziet er beter uit. De voedselbank is daarin belangrijk geweest, zegt hij. “Dit is al heel lang de meest constante factor in mijn leven.”

Sociaal stigma #

Karim is een van de klanten van de voedselbank die hun verhaal vertellen aan onderzoekers van Tilburg University. Voor het project Onder de Radar proberen zij beter te begrijpen waarom mensen wel of juist niet bij een voedselbank aankloppen. Want de grote stap die Karim zette, het over die drempel stappen, die zetten veel anderen waarschijnlijk niet. Het vermoeden is dat schaamte daar een grote rol in speelt. Met name in het Verenigd Koninkrijk is daar al veel onderzoek naar gedaan. Zo liep socioloog Kayleigh Garthwaite een tijdje mee bij een organisatie voor voedselhulp in Stockton-on-Tees, Engeland. Haar conclusie: het eten mag gratis zijn, verborgen kosten zijn er ook, in de vorm van het sociale stigma. En dat weerhoudt mensen ervan de sprong te wagen. “Je zou zeggen: als mensen ons nodig hebben, dan komen ze toch naar ons toe?

Maar zo werkt het niet.” Dat weet ook Letty Broere, bestuurslid van de Vereniging van Voedselbanken Nederland. Ze verwijst naar de studie die het Rode Kruis in april publiceerde, uitgevoerd door onderzoeksbureau Ipsos I&O. 9 procent van de Nederlandse bevolking zegt weleens te weinig eten te hebben. Meer dan 450.000 Nederlanders zouden in ‘verborgen voedselnood’ verkeren. Zij hebben niet genoeg of niet voldoende gevarieerd eten, leven op sneetjes brood. Met honger op de bank De 177 voedselbanken in Nederland verwelkomen jaarlijks zo’n 180.000 mensen. Al langer schatten ze in dat zo’n 250.000 extra monden in aanmerking komen voor hun steun. “Het is echt niet zo dat we meer klanten willen”, zegt Broere. “Maar hoe schrijnend is het als mensen in dit land thuis met honger op de bank zitten?” Uit eerder onderzoek is bekend dat mensen die voedselbanken bezoeken sneller toegang krijgen tot andere vormen van hulp, zoals budgetcoaching of medische zorg. Wie zich een poosje geen zorgen hoeft te maken over het avondeten, heeft misschien ook wat energie over om andere problemen op te lossen, is de gedachte. Voedselbankhulp is ook echt geen vonnis voor het leven, zegt Broere. Gemiddeld komen klanten een half jaar langs. Ze hebben soms net dat extra zetje gehad om het daarna weer zelf te kunnen doen. Modellen om zo veel mogelijk mensen te voeden Dat extra zetje willen de voedselbanken aan meer mensen geven, daarom roepen ze nu de hulp in van de Tilburgse onderzoekers, die onder meer werken voor het Zero Hunger Lab. Dat is ooit opgericht om bij te dragen aan VN-duurzaamheidsdoel nummer twee: geen honger meer in 2030. Er zijn wiskundigen, econometristen en datawetenschappers aan het werk, die bijvoorbeeld modellen maken om tijdens perioden van hongersnood in Afrika en Azië zo veel mogelijk mensen te voeden met het beschikbare voedsel. Ook in Nederland heeft het Zero Hunger Lab dus werk te doen.

Hun onderzoek bestaat uit interviews met klanten, en data-analyse. Ze zijn zich er zeer van bewust dat het gebruik van data gevoelig ligt, vertelt econometrist Frans Cruijssen. Adresgegevens van voedselbankklanten willen de onderzoekers absoluut niet hebben. Om de privacy en waardigheid van voedselbankklanten voorop te stellen, zijn ethici van het universitaire project Digital Dignity (digitale waardigheid) leidend, zoals Anuj Puri, expert op het gebied van de filosofie en ethiek van digitale technieken. Onderzoekers Frans Cruijssen (links) en Anuj Puri van de  Universiteit Tilburg, in het distributiecentrum van de voedselbank Den Bosch.  Dat de wetenschappers überhaupt onderzoek mogen doen bij de Nederlandse voedselbanken is al heel wat, vertelt Letty Broere. “Privacy van onze klanten is heilig. De vrijwilligers waken daarover als haviken.”
En dat is hard nodig, vertelt Ilse Dekkers, vrijwilliger bij de voedselbank Den Bosch. Ze somt de voorbeelden op: de bijstandsorganisatie die bij haar aanklopt, of ze wil laten weten wat de waarde is van de producten die een klant ontvangt. De gemeente die vraagt of ze adressen wil doorgeven, om mensen te benaderen over een energietoeslag. Dekkers: “Dikke nee dus. Dat doen we allemaal niet.” Van de maatschappelijke ladder afkukelen Maar wat kan er dan wel? Voorspellingen doen op macroniveau, zegt Cruijssen. Daarvoor maakt het project gebruik van openbare CBS-data over inkomens, vertelt hij. Over straten of wijken waarvan de kans groot is dat veel van de mensen die daar wonen in aanmerking komen voor de voedselbank. Die gegevens kunnen op wijkniveau vergeleken worden met percentages voedselbankklanten op basis van geanonimiseerde en geaggregeerde data. “Dan zie je waar de overlap is. Of waar mogelijk veel mensen onder de radar zitten.” Die data kunnen hopelijk leiden tot technieken om deze mensen beter te bereiken. “Misschien komen we patronen of regionale verschillen op het spoor”, zegt Cruijssen. Het kan zijn dat het in rijkere wijken veel moeilijker is om naar de voedselbank te stappen, bijvoorbeeld. Of misschien speelt afstand tot de voedselbank een rol. Dit soort gegevens wordt aangevuld met de persoonlijke verhalen uit de interviews met klanten bij zo’n tien verschillende voedselbanken. Zo sprak Cruijssen met een cliënt die als zzp’er in de bouw werkt. Een rekening werd niet betaald, en alles sloeg om. “Een van onze hypotheses is dat het gevoel van schaamte voor de groep die plotseling in voedselnood raakt misschien wel groter is. Als je ineens naar beneden kukelt op de maatschappelijke ladder, door scheiding, faillissement, ziekte. Het kan anders zijn dan voor mensen die in de bijstand zitten en al langer de eindjes aan elkaar knopen.”

Recht op gezond voedsel #

Als een rode draad door het project loopt volgens Puri het begrip waardigheid. “Hoe kun je je waardigheid behouden als klant van de voedselbank?” Wie dat doorgrondt, kan de sleutel in handen hebben, denkt hij. Die waardigheid zit ’m volgens hem in meerdere zaken, zoals de taal die  gebruikt wordt. Het woord ‘cliënt’ is alvast een goed begin, vindt hij. “Je hebt recht op gezond voedsel, vanuit die positie mag je er zijn.” Daarnaast is volgens Puri ook het thema privacy belangrijk, en onderdeel van het onderzoek. Uit een van de interviews bleek al dat een klant vertelde hoe ze bij de gemeente voedselhulp moest aanvragen. Bij een loketje vlak naast de ingang van het gemeentehuis, voor iedereen zichtbaar, waar heel groot voedselbank boven stond. Dat maatschappelijke stigma toont zich op meerdere vlakken problematisch, vertelt Puri. “Als het oké is om bij de voedselbank te worden gezien, dan zouden ook meer mensen er gebruik van maken.” Al is dat nogal een uitdaging, geeft hij meteen toe. Want de politieke wind die waait, waarin je al snel als ‘uitkeringstrekker’ wordt neergezet, helpt niet mee.

Goede mond-tot-mondreclame #

Toch is het misschien wel mogelijk om bij te dragen aan een andere zienswijze van voedselbanken. Hij hoopt aan het eind van het project adviezen te kunnen geven. Denk aan het maken van campagnefilmpjes, waarin ook de veerkracht van de voedselbankcliënten naar voren komt. Al is niets zo effectief als goede mond-totmondreclame, zegt hij. “Het wekt vertrouwen wanneer je van een buurtgenoot hoort: ik ben bij de voedselbank geweest, het is een fijne plek, waar ook je persoonlijke gegevens veilig zijn.” Dat laatste is belangrijk, zegt vrijwilliger Monique  oestenberg van de voedselbank Den Bosch. “Er is veel angst. Mensen zijn al bang als ze een formuliertje moeten invullen, bang dat er consequenties zijn als ze iets verkeerd opschrijven.” Roestenberg loopt op een drukke donderdagmiddag door de voedselbank. Zo’n driehonderd gezinnen komen hier iedere week langs. Ruim voordat het voedselpunt wordt geopend, staat er al een rij voor de deur. Bij binnenkomst ontvangen klanten de inhoud van een kratje met boodschappen. Daarna kunnen ze hun winkelkar aanvullen door samen met vrijwilligers een keuze te maken uit andere producten zoals groente, brood en vlees. Binnenkort verhuist de Bossche voedselbank naar een nieuwe locatie, waar het systeem met vooraf gevulde kratjes zelfs helemaal verdwijnt.

Zelf kiezen wat je eet #

Dat winkelconcept rukt op in Nederlandse voedselbanken. En dat is niet voor niks. “Zelf kunnen kiezen wat je eet, dat doet iets met je eigenwaarde”, vertelt Roestenberg. Het is een van de voorbeelden van wat voedselbanken nu al proberen te doen om de drempel te verlagen. Roestenberg is benieuwd met welke adviezen de Tilburgse onderzoekers verder nog gaan komen. “Ik denk zo vaak als ik weer een nieuwe aanvraag in behandeling neem: waarom ben je niet een jaar eerder gekomen?” Intussen denkt ervaringsdeskundige Karim dat een deel van de drempel naar de voedselbank toch zal blijven bestaan. “Je doet het gewoon liever zelf, dat zit heel diep in mensen.” Wel heeft hij de afgelopen jaren ingezien dat de voedselbanken een rol spelen in de verspilling van voedsel. “We voorkomen ook met z’n allen dat al dit eten op de  afvalhoop belandt. Als je het van die kant aanvliegt, denk ik dat het voor mensen makkelijker wordt om te komen.” Voor Karim is dat sowieso een inzicht geweest waar hij de afgelopen jaren veel over na heeft gedacht. “We komen om in materie, we hebben van alles veel te veel. Mij zien
mensen als arm, terwijl: ik heb nog steeds van alles. Ik maak ook kunst, en een tijdje geleden heb ik geëxposeerd onder het motto: voor iemand die niets heeft, heb ik best veel.”

De achternaam van Karim is bekend bij de hoofdredactie.