Regelmatig worden vragen gesteld over vergoedingen aan vrijwilligers, ook in relatie tot fiscaliteit.
In de afgelopen jaren hebben we hier vaak over gesproken. En het blijft een gevoelig
onderwerp. Wij stellen steeds weer met elkaar vast dat we met vrijwilligers altijd een
vrijwilligersovereenkomst afsluiten. Vanuit die overeenkomst kan eventueel sprake zijn
van een vrijwilligersbijdrage/vergoeding.
Vrijwilligers kunnen afzien van die vergoeding. Daartoe kan een zogenaamde
vrijwilligersverklaring worden opgesteld, waarmee de vrijwilliger onder voorwaarden
het toegezegde bedrag fiscaal kan aftrekken als gift.
VBN stelt zich op het standpunt dat het aan de voedselbanken is om al dan niet te
werken met vrijwilligersbijdragen en/of met vrijwilligersverklaringen. Zelf doet VBN dat
niet; zij keert haar vrijwilligers enkel de gemaakte onkosten uit.
Wij geven de volgende overwegingen meer bij de afweging om al dan niet met
vrijwilligersbijdragen en/of vrijwilligersverklaringen te werken:
- Het is lastig om de juiste criteria voor vergoeding te bepalen. Vaak leiden beleid en keuzes tot een gevoel van ongelijkheid. Uitkeren van gemaakte onkosten leidt niet tot discussies.
- Vrijwilligersbijdragen vallen meestal duurder uit dan onkostenvergoedingen.
- De Belastingdienst ziet de vrijwilligersbijdrage als een onkostenvergoeding waarvoor geen onderbouwing nodig is. Dat betekent dat je onkosten maximaal mag vergoeden tot een bedrag van (maximale vrijwilligersbijdrage minus feitelijk uitgekeerde vrijwilligersbijdrage). Dit moet administratief worden bijgehouden. Voor een ‘normale’ onkostenvergoeding is er geen bovengrens.
- De mogelijkheid om van de vrijwilligersbijdrage af te zien en het dan als gift af te trekken is beperkt. Je kunt pas afzien van iets wat je daadwerkelijk krijgt. Dus moet initieel zijn vastgelegd dat je als vrijwilliger een vrijwilligersbijdrage krijgt (bij voorkeur in de vrijwilligersovereenkomst). Als een vrijwilliger daar niet van af ziet, dan dient de vergoeding eerst uitgekeerd te worden. Is er geen intentie om uit te keren en wordt het formulier voor het afzien van de vergoeding voor de belastingdienst ingevuld, dan is dat onrechtmatig. Deze argumenten spreken niet in het voordeel van het geven van vrijwilligersbijdragen en het invullen en ondertekenen van een vrijwilligersverklaring. Maar zoals gesteld is het aan Voedselbanken zelf om deze argumenten af te zetten tegen de voordelen die zij zien.
Aanvullen op deze overwegingen vindt u een notitie waarin alle ins en outs van vrijwilligersvergoedingen uitgebreid is toegelicht.
Vereniging van Nederlandse Voedselbanken
Meidoornkade 19
3992 AG Houten
Amsterdam, 9 april 2026
Betreft: notitie vrijwilligersvergoeding
Deze notitie bespreekt de vrijwilligersregeling én de mogelijkheid voor vrijwilligers om van hun vergoeding af te zien. Het doel is om voedselbanken praktische handvatten te geven voor het
(eventueel) uitbetalen van vrijwilligersvergoedingen – inclusief kostenvergoedingen – en om vrijwilligers inzicht te geven in de fiscale mogelijkheden van het afzien van een
vrijwilligersvergoeding en van een vergoeding van gemaakte kosten.
Organisaties moeten in beginsel loonheffingen inhouden en afdragen op vergoedingen aan werknemers voor de verrichte arbeid. Op grond van de vrijwilligersregeling hoeven over vergoedingen aan vrijwilligers onder voorwaarden geen loonheffingen te worden ingehouden en afgedragen. Deze regeling is relevant voor organisaties die met vrijwilligers werken, zoals voedselbanken, en biedt onder voorwaarden ruimte om vrijwilligersvergoedingen onbelast uit te keren. Daarom licht deze notitie de regeling toe, zet de voorwaarden en praktische aandachtspunten helder op een rij en bespreekt wanneer en hoe het afzien van de vrijwilligersvergoeding en afzien van een kostenvergoeding voor vrijwilligers als aftrekbare gift in de inkomstenbelasting kwalificeert.
1. Vrijwilligersregeling #
De vrijwilligersregeling zorgt ervoor dat vergoedingen aan vrijwilligers tot bepaalde grenzen
onbelast kunnen blijven. Hierdoor zijn organisaties geen loonheffingen verschuldigd over aan
vrijwilligers uitbetaalde vergoedingen.
De cumulatieve voorwaarden voor de vrijwilligersregeling zijn als volgt:
- De vrijwilliger ontvangt in totaal niet meer dan € 220 per maand én € 2.200 per kalenderjaar (2026); beide grenzen gelden naast elkaar. Bij uitbetaling in één keer (bijvoorbeeld jaarlijks) mag het totale bedrag in 2026 dus niet hoger zijn dan € 2.200 én gedeeld door het aantal maanden dat de vrijwilliger werkt, niet hoger zijn dan € 220.
- Er moet sprake zijn van vrijwilligerswerk. Dat betekent dat de vrijwilliger de werkzaamheden niet als beroep verricht en daarom geen marktconforme vergoeding ontvangt. De Belastingdienst ziet een uurvergoeding van maximum van € 5,75 per uur (21 jaar en ouder) of € 3,40 (jonger dan 21 jaar) niet als marktconforme vergoeding. Een urenregistratie is niet verplicht. Let wel dat het zonder urenregistratie lastiger aan te tonen is dat er geen sprake is van een marktconforme vergoeding. Bij hogere uurtarieven neemt de Belastingdienst aan dat niet wordt voldaan aan de voorwaarden van de vrijwilligersregeling.1
- De werkzaamheden vinden plaats voor een ANBI, sportorganisatie of een ander lichaam dat niet aan de vennootschapsbelasting is onderworpen of daarvan is
1 Voor de volledigheid merken wij op dat de genoemde uurbedragen slechts het standpunt van de Belastingdienst weergeven. Het
zijn geen wettelijke grenzen, maar een handhavingskader. Afhankelijk van de feiten en omstandigheden kunnen andere bedragen
verdedigbaar zijn, zodat een hogere vergoeding nog steeds als vrijwilligersvergoeding kwalificeert. Deze maximumuurtarieven
fungeren echter wel als ‘safe harbour’: als hieraan wordt voldaan is in ieder geval geen sprake van een marktconforme
vergoeding.
vrijgesteld. Voedselbanken kwalificeren als ANBI en zijn doorgaans niet onderworpen aan de vennootschapsbelasting waardoor hieraan wordt voldaan. De vrijwilligersregeling werkt ook door naar de inkomstenbelasting. Voor de inkomstenbelasting geldt de vrijstelling echter per belastingplichtige (totale vrijwilligersvergoeding over alle organisaties samen waarvoor de vrijwilliger werk verricht). Als de vrijwilliger van elke vrijwilligersorganisatie niet meer dan de maximumvergoeding ontvangt, maar alles bij elkaar opgeteld meer krijgt dan de maximumvergoeding, dan moet de vrijwilliger in zijn of haar aangifte inkomstenbelasting de vergoeding opgeven bij ‘inkomsten uit overig werk’ (resultaat uit overige werkzaamheden; ROW) of als ‘inkomsten uit loon’ (als sprake is van een (fictieve) dienstbetrekking voor de loonheffingen). Voor de loonheffingen geldt de vrijstelling per arbeidsverhouding (dus per organisatie waar de vrijwilliger actief is). Dit kan ertoe leiden dat bedragen die bij verschillende organisaties onbelast zijn gebleven, bij de aanslag inkomstenbelasting alsnog (gedeeltelijk) belast worden als de totale vrijwilligersvergoedingen de grensbedragen overschrijden.
Voorbeeld Pieter helpt één dag bij de voedselbank
Pieter ontvangt € 190 vergoeding voor zijn werkzaamheden bij de voedselbank. Hij verricht die werkzaamheden op één dag en heeft daarvoor eerder een introductiebijeenkomst bijgewoond.
De vergoeding komt neer op € 9,47 per gewerkt uur. In dit geval wijkt de vergoeding van € 190 zozeer af van wat als een algemene kostenvergoeding en een kleine vergoeding voor zijn inzet
kan worden gezien, dat geen sprake is van een onbelaste vrijwilligersvergoeding. Wanneer een vrijwilligersorganisatie wel een uurvergoeding geeft van maximaal € 5,75 per uur (of € 3,40 voor een vrijwilliger jonger dan 21 jaar), kan zij daarnaast nog wel kosten vergoeden. Zolang de uurvergoeding en de kostenvergoedingen samen niet meer bedragen dan € 220 per maand en € 2.200 per jaar, valt dit nog binnen de vrijwilligersregeling.
2. Vrijwilligersvergoedingen #
Er zijn drie categorieën vrijwilligersvergoedingen: (1) financiële vergoedingen, (2) tegemoetkomingen in natura en (3) kostenvergoedingen. Alle drie de vormen van vrijwilligersvergoedingen (financiële vergoedingen, tegemoetkomingen in natura én kostenvergoedingen) worden bij elkaar opgeteld om te bepalen of de grensbedragen worden overschreden. Belangrijk hierbij is dat alleen daadwerkelijk ontvangen vergoedingen meetellen. Als een vrijwilliger afziet van een vergoeding, wordt dit bedrag niet meegenomen bij de toetsing aan de grensbedragen.
Alleen wanneer een vrijwilliger uitsluitend een kostendekkende kostenvergoeding ontvangt, zijn de maxima van € 220 per maand en € 2.200 per jaar niet van toepassing. Er is dan immers
geen sprake van een beloningscomponent. Hierna volgt een toelichting per categorie.
Financiële vergoedingen
Financiële vergoedingen zijn uitkeringen in geld of daarmee gelijk te stellen middelen. Denk daarbij aan een algemene vrijwilligersvergoeding voor de inzet, vacatiegelden voor bestuursleden en vrij besteedbare cadeaubonnen.
Tegemoetkomingen in natura
Tegemoetkomingen in natura bestaan uit niet-geldelijke verstrekkingen. Voorbeelden zijn het verstrekken van maaltijden tijdens een dienst, het verstrekken van kleding of persoonlijke
beschermingsmiddelen (zoals veiligheidsschoenen of handschoenen in het magazijn), het aanbieden van trainingen (bijvoorbeeld EHBO, voedselveiligheid of rijinstructie voor chauffeurs),
een kerstpakket en het organiseren van een vrijwilligersfeest. De waarde van deze verstrekkingen in natura wordt voor de vrijwilligersregeling bepaald op basis van de inkoopprijs inclusief btw.
Kostenvergoedingen
Kostenvergoedingen betreffen vergoedingen voordaadwerkelijk gemaakte kosten door een vrijwilliger voor het vrijwilligerswerk en zijn niet hoger dan de werkelijke uitgaven. Het gaat
bijvoorbeeld om parkeerkosten of OV-kosten voor het ophalen van donaties, of reiskosten voor het bijwonen van een instructie. Vergoedingen voor aankopen die een vrijwilliger voor de voedselbank heeft gedaan, kwalificeren niet als kostenvergoeding. Het gaat om de situatie dat de vrijwilliger in opdracht van de voedselbank iets koopt en de aankoopprijs voorschiet. Denk bijvoorbeeld aan een vergoeding voor de aankoop van een bezem of schoonmaakmiddel door een vrijwilliger voor gebruik bij de voedselbank. Dergelijke vergoedingen voor aankopen mogen buiten de vrijwilligersregeling worden gehouden.
Alleen in de situatie dat een vrijwilliger uitsluitend een (zuivere) kostenvergoeding krijgt, blijven de maxima van € 220 per maand en € 2.200 per jaar buiten beeld, omdat er geen
beloningscomponent is. Zodra de voedselbank echter naast een kostenvergoeding ook een financiële vergoeding of tegemoetkoming in natura aan een vrijwilliger toekent, telt de volledige kostenvergoeding mee voor het totaal dat onder de vrijwilligersregeling valt. Dit geldt ook wanneer op de kostenvergoeding een opslag wordt toegepast als beloning voor de inzet; in dat geval moet eveneens het volledige bedrag van de kostenvergoeding inclusief opslag worden meegenomen. Als het totale bedrag van de kostenvergoeding en de vrijwilligersvergoeding minder is dan €
220 per maand of € 2.200 per jaar, dan blijft het bedrag onbelast. Is het totale bedrag meer dan deze maxima dan moet de voedselbank loonheffingen op de vrijwilligersvergoeding inhouden
en dit aan de Belastingdienst afdragen.
Aandachtspunten inzake kilometervergoeding
Voor werknemers in loondienst geldt een gerichte vrijstelling voor vervoer van € 0,23 per kilometer. Dit betekent dat de werkgever in ieder geval € 0,23 per kilometer als reiskostenvergoeding onbelast mag uitbetalen. Binnen de vrijwilligersregeling geldt dat als uitsluitend een kilometervergoeding wordt uitbetaald (zonder andere vergoedingen), deze kostendekkend mag zijn. Dit is de gemiddelde kilometerprijs waarvoor de betreffende vrijwilliger rijdt in het door de vrijwilliger gekozen vervoersmiddel. Deze daadwerkelijke kosten zullen per vrijwilliger verschillen. De kilometervergoeding mag dus meer bedragen dan € 0,23 per kilometer.
Let op: als een vrijwilliger meer zou ontvangen dan de bovengenoemde (kilometer)vergoedingen terwijl dat ontvangen bedrag ook hoger is dan de door de vrijwilliger gemaakte kosten, dan is de hele vergoeding belast voor de inkomstenbelasting. De vrijwilliger dient deze inkomsten dan op te geven in zijn/haar corresponderende aangifte inkomstenbelasting.
Als er naast de kilometervergoeding ook andere vergoedingen worden uitbetaald (zoals de vrijwilligersbijdrage), moet het totaal worden getoetst aan de grensbedragen van de vrijwilligersregeling. Hierbij is het niet relevant of € 0,23 of € 0,41 per kilometer wordt gehanteerd. Zolang het totaalbedrag aan vrijwilligersvergoedingen onder de grenzen van € 220 per maand en € 2.200 per jaar blijft, zijn geen loonheffingen verschuldigd. Worden de grensbedragen wel overschreden en is sprake van een werknemer voor de loonheffingen, dan zijn in principe over de gehele vrijwilligersvergoeding loonheffingen verschuldigd en is de voedselbank inhoudingsplichtig.
Overige aandachtspunten
Zoals aangegeven, tellen alle vergoedingen en verstrekkingen in geld en natura mee voor de beoordeling of de grenzen van € 220 per maand en € 2.200 per kalenderjaar worden overschreden zodra er naast onkosten ook enige vorm van beloning of verstrekking wordt aangeboden. Bij de inrichting van beleid is het aan te raden om vooraf te bepalen welke financiële vergoeding de voedselbank per jaar maximaal inzet om vrijwilligers te belonen, mede om te voorkomen dat door optelling met andere verstrekkingen en vergoedingen (tegemoetkomingen in natura en kostenvergoedingen) de vrijwilligersregeling niet meer van toepassing is.
Wanneer een voedselbank bijvoorbeeld standaard de maximale jaarvergoeding in financiële zin uitkeert, resteert er geen ruimte meer voor extra’s in natura en/of kostenvergoedingen. Het is
daarom raadzaam om in beleid en begroting vooraf expliciete keuzes te maken over de mix van financiële vergoedingen, verstrekkingen in natura en kostenvergoedingen, zodat de vrijwilligersregeling correct toepassing kan vinden en ongewenste overschrijdingen worden voorkomen. Daarnaast is van belang om dit gedurende en na afloop van het jaar te monitoren
en de bevindingen over de toepassing van de vrijwilligersregeling vast te leggen in de administratie van de voedselbank.
3. Gevolgen niet voldoen aan voorwaarden #
Wanneer niet (langer) aan de voorwaarden van de vrijwilligersregeling wordt voldaan, vervalt de regeling volledig. Zodra de grensbedragen worden overschreden, is de volledige vrijwilligersvergoeding niet langer vrijgesteld – en niet slechts het deel dat de grensbedragen te boven gaat. De gehele vrijwilligersvergoeding kan dan kwalificeren als belast loon. In dat geval moet de voedselbank loonheffingen inhouden en afdragen aan de Belastingdienst met bijbehorende administratieve verplichtingen. Daarbij kan dan wel gebruik worden gemaakt van de werkkostenregeling, waaronder van de gerichte vrijstelling van € 0,23 per kilometer. Het kan ook zijn dat de vergoeding bij de vrijwilliger wordt belast als inkomsten uit overige werkzaamheden (ROW) in de aangifte inkomstenbelasting.
4. Afzien vrijwilligersvergoeding en/of kostenvergoeding #
Afzien van vrijwilligersvergoeding
Wanneer voedselbanken vrijwilligersvergoedingen uitbetalen kunnen vrijwilligers er vervolgens voor kiezen om af te zien van de vrijwilligersvergoeding. Omdat voedselbanken kwalificeren als
ANBI, kan de vrijwilliger het bedrag waarvan is afgezien in aftrek brengen op zijn of haar inkomen als een gewone gift in de inkomstenbelasting.3
2 Mocht dit scenario zich voordoen, dan is er een gerichte vrijstelling in de loonbelasting tot een bedrag van € 0,23 per kilometer. Het meerdere (het verschil tussen € 0,41 en € 0,23 per kilometer) kan mogelijk worden ondergebracht in de vrije ruimte van de werkkostenregeling, mits aan de voorwaarden wordt voldaan.
3 Een gewone gift is aftrekbaar in de aangifte inkomstenbelasting voor zover het hoger is dan 1% van het verzamelinkomen, met een minimumbedrag van € 60. Het verzamelinkomen bestaat uit het totaal van inkomsten en aftrekposten in box 1, 2 en 3, met uitzondering van de persoonsgebonden aftrek. Het totaalbedrag van de giften mag tot maximaal 10% van het verzamelinkomen in aftrek worden gebracht.
De voorwaarden hiervoor zijn als volgt:
- De voedselbank geeft een verklaring af waaruit blijkt dat de belastingplichtige zich heeft ingezet als vrijwilliger. Dit kan bijvoorbeeld door middel van vrijwilligersovereenkomsten, convenanten of een schriftelijke verklaring.
- De vrijwilliger kan aanspraak maken op de vergoeding. Deze aanspraak moet blijken uit de verklaring die is afgegeven door de instelling. De vrijwilliger moet tegenover de Belastingdienst aannemelijk maken dat er een reële aanspraak bestaat op de vergoeding.
- De voedselbank is bereid en in staat om de vergoeding uit te keren. Als de voedselbank niet in staat is om de vergoeding uit te keren, heeft de vrijwilliger geen reële aanspraak op die vergoeding. Afzien van die vergoeding brengt dan geen verarming met zich mee. Er is dan geen sprake van een aftrekbare gift.
- De vrijwilliger ziet vrijwillig af van de vergoeding. Als een voedselbank niet de bedoeling heeft om de vrijwilligersvergoeding uit te keren, bestaat er enerzijds geen reële aanspraak op de vergoeding en ziet de vrijwilliger anderzijds niet vrijwillig af van de vergoeding.
Afzien van vergoeding van gemaakte kosten
Deze aftrekmogelijkheid bestaat ook wanneer de vrijwilliger geen vrijwilligersvergoeding ontvangt maar wel kosten heeft gemaakt voor zijn of haar werkzaamheden en afziet van een kostenvergoeding. De hoogte van de gift is gelijk aan het bedrag dat de vrijwilliger vergoed zou krijgen voor de gemaakte kosten. Voor autokosten telt hier wel een vast bedrag mee van € 0,23
per kilometer. Voor bijvoorbeeld taxikosten tellen wel de werkelijke kosten mee. Bij het afzien van een vergoeding van gemaakte kosten gelden dezelfde voorwaarden zoals hierboven vermeldt voor het afzien van de vrijwilligersvergoeding. Ook als de vrijwilliger geen vergoeding krijgt voor de gemaakte kosten, is aftrek als gewone gift mogelijk. Dit is alleen als het gaat om kosten die volgens maatschappelijke opvattingen vergoed zouden moeten worden. Denk daarbij aan reiskosten (€ 0,23 per kilometer), portokosten, autoen taxikosten.
Geen kostenvergoeding én afzien van vrijwilligersvergoeding
Als de vrijwilliger geen vergoeding krijgt voor gemaakte kosten én afziet van de vrijwilligersvergoeding, mag hij of zij deze kosten als gewone gift aftrekken in de aangifte inkomstenbelasting. Wel moet de vrijwilliger dan eerst deze kosten verminderen met het bedrag van de vrijwilligersvergoeding waarvan hij of zij afziet. Cijfermatig voorbeeld (ontleend aan site Belastingdienst) Een vrijwilliger maakt voor een voedselbank € 750 aan kosten. Daarnaast ziet de vrijwilliger af van een vrijwilligersvergoeding van € 600 van deze voedselbank. De aftrekbare gift aan deze
voedselbank kan dan als volgt berekend worden:
- Trek de vrijwilligersvergoeding af van de totale kosten: € 750 min € 600 is € 150. De aftrekbare kosten zijn € 150.
- Tel de vrijwilligersvergoeding waar de vrijwilliger vanaf ziet op bij de aftrekbare kosten: € 150 plus € 600 is € 750.
- De vrijwilliger mag in de aangifte inkomstenbelasting € 750 aftrekken als gewone gift.
5. Conclusie #
De vrijwilligersregeling maakt het mogelijk om vergoedingen en verstrekkingen aan vrijwilligers onbelast uit te betalen tot maximaal € 220 per maand en € 2.200 per jaar (2026). Bij overschrijding van de grensbedragen vervalt de regeling volledig en zal de vergoeding belast zijn via de loonheffingen en/of belastingheffing in de inkomstenbelasting. Daarnaast kunnen vrijwilligers er, onder voorwaarden, voor kiezen af te zien van de vrijwilligersvergoeding of van een vergoeding voor gemaakte kosten en deze aan de voedselbank te schenken, zodat bij de vrijwilliger aftrek als gewone gift in de inkomstenbelasting mogelijk is.
6. Aanbeveling #
Bij de inrichting van beleid voor vrijwilligersvergoedingen is het aan te raden om vooraf te bepalen welke financiële vergoedingen een voedselbank wil inzetten, mede om te voorkomen dat door optelling met andere verstrekkingen (tegemoetkomingen in natura en kostenvergoedingen) de vrijwilligersregeling niet kan worden toegepast.