Bestemmingsfondsen en bestemmingsreserves mei 2023

Domein:

BESTEMMINGSFONDSEN EN BESTEMMINGSRESERVES #

Mei 2023

INLEIDING #

Op verzoek van meerdere voedselbanken geven we in dit bulletin informatie over het onderwerp Eigen vermogen, Bestemmingsfondsen en Bestemmingsreserves. We herhalen eerst kort een aantal definities, de ANBI-voorwaarden en vervolgens gaan wij dieper in op het vormen van Bestemmingsfondsen, Bestemmingsreserves en de Continuïteitsreserve.

DEFINITIES #

Een instelling mag niet meer vermogen aanhouden dan redelijkerwijs nodig is voor de continuïteit van de voorziene werkzaamheden voor de doelstelling van de instelling. Deze anti-oppoteis of dit bestedingscriterium moet ervoor zorgen dat de ANBI het voor het algemeen belang bestemde vermogen binnen een redelijk tijdsbestek besteedt conform haar doelstelling en niet onnodig vermogen oppot.

De term ‘voorziene werkzaamheden’ houdt enerzijds in dat instellingen vermogensvorming moeten motiveren aan de hand van concrete voorgenomen activiteiten en anderzijds dat vermogensvorming voor toekomstige werkzaamheden alleen mogelijk is als er sprake is van voorziene werkzaamheden binnen een redelijk tijdsbestek. Bij de toepassing van deze vermogenstoets staat redelijkheid centraal.

De ANBI moet in haar financiële administratie het doel vermelden waarvoor het vermogen wordt aangehouden en een motivering voor de omvang van dat vermogen aan de hand van concreet voorgenomen activiteiten of investeringen. Een instelling mag geen vermogen aanhouden zonder daar jaarlijks vooraf een bepaalde bestemming (concrete voorgenomen activiteiten of investeringen) aan te geven in haar beleidsplan of dit in het jaarverslag vast te leggen.

Er is dus een samenhang tussen de anti-oppoteis, het beleidsplan en de boekhouding.

Het Eigen vermogen wordt gevormd uit de resultaten die de voedselbank in voorgaande jaren heeft gehad. Een positief resultaat wordt aan het eigen vermogen toegevoegd, een negatief resultaat wordt aan het eigen vermogen onttrokken.

Het Eigen vermogen kan bestaan uit Vrije reserves, Continuïteitsreserve,
Bestemmingsfondsen, Bestemmingsreserves en overige reserves.

  • De Continuïteitsreserve is een reserve die gevormd kan worden om financieel in staat te zijn de operaties voort te zetten ingeval de inkomsten wegvallen. De hoogte van deze Continuïteitsreserve mag maximaal 1,5 * de jaarlijkse exploitatiekosten bedragen (ANBI-norm).
  • Bestemmingsfondsen worden gevormd door donaties waaraan door de gever een bestemming is gegeven. Eventuele uitgaven in het kader van die bestemming worden (na verwerking in de Staat van baten en lasten) onttrokken aan het desbetreffende Bestemmingsfonds.
  • Bestemmingsreserves worden gevormd op basis van een besluit van het bestuur van de voedselbank.
  • Vrije reserves zijn die reserves, waaraan geen bestemming of doel is toegekend.

ANBI voorwaarden #

Om aangewezen te worden als ANBI moet de instelling voldoen aan alle volgende voorwaarden:

  • De instelling moet volledig gericht zijn op het algemeen nut. Dit moet onder andere blijken uit de statutaire doelstelling en de voorgenomen activiteiten.
  • De instelling moet met nagenoeg geheel van al haar activiteiten het algemeen belang dienen. Dit is de 90%-eis.
  • De instelling heeft geen winstoogmerk met het geheel van haar activiteiten die het algemeen belang dienen.
  • De instelling en de mensen die rechtstreeks bij de instelling betrokken zijn, voldoen aan de integriteitseisen.
  • Geen enkel natuurlijk persoon of rechtspersoon mag over het vermogen van de instelling beschikken alsof het zijn eigen vermogen is. Bestuurders en beleidsbepalers mogen geen meerderheid hebben in de zeggenschap over het vermogen van de instelling.
  • De instelling mag niet meer vermogen aanhouden dan redelijkerwijs nodig is voor het werk van de instelling. Daarom moet het Eigen vermogen beperkt blijven.

 

Beperkt Eigen vermogen

  • Een ANBI mag niet meer vermogen aanhouden dan nodig is voor de activiteiten van de instelling. Dit heet het ‘bestedingscriterium’. Een ANBI mag wél vermogen aanhouden als er sprake is van:
  • Vermogen dat als legaat (via een erfenis) of schenking is ontvangen.
    • Voorwaarde is dat de overledene of schenker heeft bepaald dat het geschonken of nagelaten vermogen in stand moet blijven, of dat is bepaald dat alleen het rendement uit dat vermogen wordt gebruikt om het doel van de ANBI na te streven. Dit wordt ook wel ‘stamvermogen’ genoemd. Vaak bepaalt de schenker of overledene in een testament dat het stamvermogen zijn waarde moet behouden vanwege inflatie door middel van een jaarlijkse correctie. Daarmee moet de ANBI rekening houden bij besteding van de beschikbare rendementen.
    • Vermogen dat voortkomt uit het doel van de ANBI
    • Vermogen dat nodig is als middel om het doel van de ANBI te realiseren. Bijvoorbeeld een eigen bedrijfspand of een eigen opslagplaats voor hulpgoederen.
    • Een redelijk vermogen dat nodig is om de continuïteit van de werkzaamheden te waarborgen
  • De beloning voor beleidsbepalers is beperkt tot een onkostenvergoeding of minimale vacatiegelden
  • De instelling heeft een actueel beleidsplan.
  • De instelling heeft een redelijke verhouding tussen beheerkosten en bestedingen.
  • Geld dat overblijft na opheffing van de instelling wordt besteed aan een ANBI, of aan een buitenlandse instelling die voor minimaal 90% gericht is op het algemeen nut. Voor een culturele ANBI geldt dat het batig liquidatiesaldo besteed moet worden aan een ANBI (of buitenlandse instelling die voor minimaal 90% gericht is op het algemeen nut) met een soortgelijk doel.
  • De instelling voldoet aan de administratieve verplichtingen.
  • De instelling publiceert specifieke gegevens op een eigen of gemeenschappelijke website.

BESTEMMINGSFONDSEN #

Bestemmingsfondsen worden gevormd door donaties waaraan door de gever een bestemming is gegeven. Eventuele uitgaven in het kader van die bestemming worden (na verwerking in de Staat van baten en lasten) onttrokken aan het desbetreffende Bestemmingsfonds.

Op Bestemmingsfondsen moeten wel regelmatig mutaties plaats vinden: betreffende uitgaven worden (na verwerking in de Staat van baten en lasten) ten laste gebracht van de desbetreffende Bestemmingsfondsen.
Bestemmingsfondsen kunnen worden gevormd voor:

  • Aankoop van pand en terrein
  • Vervanging/uitbreiding van interne transportmiddelen
  • Introductie/uitbreiding van keuzeconcept waarbij de klant zoveel mogelijk zelf kan kiezen
  • Speciale projecten gericht op een klantgerichtere dienstverlening zoals:
    • Hybride uitgifte model
    • Klanten bereiken die nu niet worden bereikt “Onder de radar”
    • Intensivering vrijwilligersverwerving
    • Samenwerking met andere partijen “geen pakket zonder traject”
  • Voedselverwerving

BESTEMMINGSRESERVES #

Bestemmingsreserves worden gevormd op basis van een besluit van het bestuur van de voedselbank. Het bestuur kan op ieder moment besluiten aan een Bestemmingsreserve een ander doel toe te kennen of deze te laten vrijvallen ten gunste van de vrije reserves.

Op Bestemmingsreserves moeten wel regelmatig mutaties plaats vinden: betreffende uitgaven worden (na verwerking in de Staat van baten en lasten) ten laste gebracht van de desbetreffende Bestemmingsreserve. Concreet houdt dit in dat de voorziene werkzaamheden duidelijk omschreven moeten zijn in het beleidsplan en/of de jaarrekening.  In de praktijk blijkt namelijk dat de Belastingdienst bestemmingsreserves gauw te hoog acht of dat die niet voldoende gemotiveerd zijn. Het doel van deze reserves moet duidelijk zijn, met een heldere en goed onderbouwde omschrijving van de plannen (voorziene werkzaamheden) in het beleidsplan/de jaarrekening.
Bijvoorbeeld door te wijzen op de afname van aan de voedselbanken geleverd voedsel, de verwachte toename van de armoede in Nederland met daaraan gekoppeld een groter beroep op de voedselbanken, de daaraan gekoppelde verwachte sterke stijging van de voedselprijzen (die dus met een groter klantenbestand en minder gratis voedselleveringen een extra impact heeft) en mogelijk ook de stijging van de energieprijzen die de voedselbanken nopen om over te gaan op elektrische voertuigen (dit wordt maatschappelijk ook wel in toenemende mate verwacht van bedrijven en instellingen, dus mi ook van de voedselbanken) waar vanuit de VBN een bijdrage aan moet worden geleverd
Bestemmingsreserves kunnen worden gevormd om te “sparen” voor:

  • “Voedselnood”, een reservering om tijdelijk en/of aanvullend voedsel of cadeaubonnen te kunnen kopen in geval van lokale en/of regionale voedseltekorten. Op de reserves moeten wel regelmatig mutaties plaatsvinden binnen een periode van 3 jaar.
  • Aankoop van pand en terrein
  • Vervanging/uitbreiding van interne transportmiddelen
  • Onderhoud aan inventaris, pand en terrein
  • Vervanging/uitbreiding van busjes, bakwagens, vrachtauto’s.
  • Introductie/uitbreiding van keuzeconcept waarbij de klant zoveel mogelijk zelf kan kiezen
  • Speciale projecten gericht op een klantgerichtere dienstverlening zoals:
    • Hybride uitgifte model
    • Klanten bereiken die nu niet worden bereikt “Onder de radar”
    • Intensivering vrijwilligersverwerving
    • Samenwerking met andere partijen “geen pakket zonder traject”
  • Vervanging/uitbreiding van koel/vries capaciteit
  • Verduurzaming van activa, bijvoorbeeld het plaatsen van zonnepanelen, elektrificatie van interne transportmiddelen kosten voorziene verhuizing in de nabije toekomst (binnen 3 jaar)

CONTINUÏTEITSRESERVE #

Wij adviseren de leden om, indien de omvang van het eigen vermogen dit toelaat, een Continuïteitsreserve te vormen en te handhaven van 1,5 keer de jaarlijkse exploitatiekosten. Het gaat dan om kosten als huisvestings-, administratie- en personeelskosten. Deze norm is afgeleid van de ANBI-norm.

VRIJE RESERVES #

Reserves, waaraan geen bestemming of doel is toegekend. Als VBN hebben we de keuze gemaakt om geen vrije reserve aan te houden maar alles toe te wijzen aan bestemmingsreserves.