Info bulletin Allergenen november 2025

Info bulletin
November 2025
ALLERGENEN
Team Voedselveiligheid Versie: november 2025
teamvoedselveiligheid@voedselbankennederland.nl Pagina 1 van 3
Inleiding.
Tenminste 2% van de bevolking is overgevoelig voor bepaalde levensmiddelen of
bestanddelen van levensmiddelen. Deze overgevoeligheidsreacties worden meestal
voedselallergie genoemd, vaak is er sprake van voedselintolerantie. De begrippen
voedselallergie en voedselintolerantie worden dikwijls door elkaar gebruikt. Het verschil
is dat een allergie een reactie is van het immuunsysteem en een intolerantie dat niet is.
Dit INFO bulletin gaat met name over voedselallergie.
De symptomen van een overgevoeligheidsreactie kunnen heel verschillend zijn: van
een milde diarree tot dodelijke afloop. Dit laatste kan vooral gebeuren bij een
voedselallergie.
De wetgever heeft bepaald dat de consument moet worden gewaarschuwd voor de
aanwezigheid van stoffen, die allergische reacties kunnen veroorzaken. Daarom
moeten producten, waarvan bekend is dat er bepaalde allergene stoffen in (kunnen)
zitten, duidelijke informatie hieromtrent bevatten.
Welke producten bevatten allergene stoffen?
Bij gevoelige mensen kan een allergische reactie worden veroorzaakt door
eiwithoudende voedingsmiddelen zoals:
 Koemelk:
Koemelkallergieën komen het meest voor bij kleine kinderen en verdwijnen op
latere leeftijd. Ook kaas en andere producten op basis van melk bevatten deze
eiwitten.
 Eieren:
Ei-allergieën komen het meest voor bij kleine kinderen en verdwijnen op latere
leeftijd.
 Vis:
Visallergie komt bij sommige volwassenen voor. Het belangrijkste allergeen is het
spiereiwit. Al bij inademing (visgeuren, sommige lijmen) kunnen deze astmaachtige symptomen veroorzaken maar ook jeuk, netelroos of oedeem (o.a. in de
keel.) Diverse vissoorten, zoals kabeljauw, forel en zalm, kunnen dit veroorzaken.
 Schaaldieren:
Mosselen, oesters, krab, garnaal en kreeft kunnen overgevoeligheidsreacties
geven.
 Granen:
Allergische reacties tegen de consumptie van granen zijn relatief zeldzaam. Het
betreft vaak tarwe en maïs, waarbij gluten en globulinen de allergenen zijn.
 Noten:
Voor sommige gevoelige personen kan het eten van een kleine hoeveelheid
pinda’s ernstige ziekteverschijnselen veroorzaken en zelfs dodelijk zijn. Deze
mensen vertonen reacties zoals verkramping van de luchtwegen, verstikking,
misselijkheid, overgeven en hypertensie. Pinda’s worden in allerlei levensmiddelen
verwerkt, zoals gebak, margarine, oliën, marsepein, melkproducten, consumptie-ijs,
chocolade, bonbons, snoep. Naast pinda’s veroorzaken hazelnoten ook allergieën
en er zijn allergische reacties bekend met amandelen en okkernoten.
 Groenten:
Onder de groenten zijn voornamelijk (soja)bonen, erwten, wortels, selderij en
pompoen van belang.
 Fruit:
Fruit kan bij overgevoeligheid netelroos veroorzaken. Bij overgevoelige kinderen
zijn het vaak citrusvruchten, aardbeien en meloenen.
Team Voedselveiligheid Versie: november 2025
teamvoedselveiligheid@voedselbankennederland.nl Pagina 2 van 3
Daarnaast kunnen allergenen in levensmiddelen terechtkomen door kruisbesmetting,
waarin men deze niet verwacht. Een voorbeeld daarvan is het gebruik van snijmessen
voor verschillende producten, zonder deze tussentijds te reinigen. Het is ook mogelijk
dat producten zijn geproduceerd of verpakt in de directe omgeving van andere
producten, die bepaalde allergenen bevatten. Via de handen, het werkblad of de lucht
(stofdeeltjes) kan de allergene stof dan terechtkomen in het andere product. Deze
‘verborgen’ allergenen zijn verantwoordelijk voor een groot aantal allergische reacties
omdat de etikettering hier vaak geen waarschuwing voor geeft.
Toxiciteit / werking
In het algemeen kunnen verschijnselen van een voedselallergie zijn:
 Mond- en keelholte: jeuk, tintelingen, zwelling, heesheid, ademhalingsstoornissen
en slikstoornissen.
 Bovenste en onderste luchtwegen: neusloop, niezen, neusverstopping, oog jeuk,
tranende ogen, astma (hoest, kortademigheid).
 Huid: jeuk, erytheem (rode verkleuring door vaatverwijding), netelroos, zwelling.
 Maagdarmstelsel: krampen, misselijkheid, braken, diarree.
 Hart en bloedvaten: verlaagde bloeddruk, shock, dood.
Wetgeving.
Verordening (EU) Nr. 1169/2011 vermeldt in bijlage II de stoffen of producten die
allergieën of intoleranties veroorzaken.
Deze producten moeten duidelijk in de lijst van ingrediënten worden vermeld.
1. Glutenbevattende granen, namelijk tarwe, rogge, gerst, haver, spelt en kamut of de
hybride soorten daarvan en producten op basis van glutenbevattende granen;
2. Schaaldieren en producten op basis van schaaldieren;
3. Eieren en producten op basis van eieren;
4. Vis en producten op basis van vis;
5. Aardnoten (pinda’s) en producten op basis van aardnoten;
6. Soja en producten op basis van soja;
7. Melk en producten op basis van melk, inclusief lactose;
8. Noten, namelijk amandelen, hazelnoten, walnoten, cashewnoten, pecannoten,
paranoten, pistachenoten, macadamianoten en producten op basis van noten;
9. Selderij en producten op basis van selderij;
10. Mosterd en producten op basis van mosterd;
11. Sesamzaad en producten op basis van sesamzaad;
12. Zwaveldioxide en sulfieten in concentraties van meer dan 10 mg/kg of 10 mg/l
uitgedrukt als SO2;
13. Lupine en producten op basis van lupine;
14. Weekdieren en producten op basis van weekdieren.
Team Voedselveiligheid Versie: november 2025
teamvoedselveiligheid@voedselbankennederland.nl Pagina 3 van 3
Voedselbanken
Veel producten die de Voedselbanken uitleveren zullen door de producent zijn verpakt
en geëtiketteerd. De Voedselbanken mogen er van uit gaan dat het etiket alle vereiste
informatie bevat, inclusief de allergenen declaraties.
Voor door de producent verpakte producten zonder etiket of producten met een
etiketteringsfout moet de Voedselbank bij uitgifte zorgen dat de vereiste en juiste
informatie voor de klant schriftelijk beschikbaar is. Zie ook hoofdstuk 2.3 van het
Handboek Voedselveiligheid van de Vereniging van Nederlandse Voedselbanken. De
allergenen informatie kan worden gekregen van de producent / leverancier.
Voor producten die door de Voedselbank zijn omgepakt of geportioneerd moet de
Voedselbank bij uitgifte zorgen dat de vereiste informatie voor de klant schriftelijk
beschikbaar is. Zie hoofdstuk 5.4 van het Handboek Voedselveiligheid van de
Vereniging van Nederlandse Voedselbanken. De allergenen informatie kan worden
gekregen van de producent / leverancier of worden overgenomen van het
oorspronkelijke etiket. Zie ook hoofdstuk 2.4 van het Handboek Voedselveiligheid van
de Vereniging van Nederlandse Voedselbanken.
Andere maatregelen die belangrijk zijn bij ompakken of portioneren om het risico op
kruisbesmetting met allergenen te beperken zijn:
 Handen wassen door de medewerk(st)er na eten of drinken
 Handen wassen vòòr het ompakken of portioneren van producten en
wegwerphandschoenen gebruiken.
 Vermijd het verplaatsen van onverpakte producten met allergenen.
 Grondig schoonmaken van de werkplek waar voedsel is omgepakt of
geportioneerd, direct na het ompakken of portioneren van een product met
allergenen (dus voordat een volgend product wordt verwerkt), inclusief gebruikte
gereedschappen.
 Handen wassen na het ompakken of portioneren van een product met allergenen,
voordat een volgend product wordt verwerkt.
 Niet meer dan één product tegelijk ompakken of portioneren.
Zie verder Handboek Voedselveiligheid 2025.
Bronnen:
Voedsel- en warenautoriteit, Kennisblad Allergenen algemeen, 2008
FoodDrinkEurope, Guidance on Food Allergen Management for Food Manufacturers,
2013