In Amsterdam-Noord is de Voedselbank een overdekte markt met winkeltjes: ‘Mooi dat we het nu allemaal zelf mogen uitkiezen’
De Sociale Markt in Noord. In Zuid werd al gewerkt met het ‘supermarktmodel’, in Noord hebben ze ook een winkel met non-food.Beeld Joris van Genn
Op sommige plekken ging de Voedselbank al over op het supermarktmodel, maar in een kerk in Noord gaan ze nog verder. Daar zitten een super, een drogist, een kledingwinkel en een gratis kapper sinds kort onder een dak. Malika Sevil 17 juli 2023, 03:00
Kijk, een aardappelmens moet je geen pakken rijst en pasta geven. “En ik ben een aardappelmens,” zegt Ingrid van der Woude (59), klant van de Voedselbank in Noord. Vroeger viste ze de verpakkingen met spaghetti en basmatirijst uit de voedselpakketten voor vrienden die het ook niet breed hebben, maar nu de Voedselbank een echte winkel heeft, en ze kan kiezen wat ze mee naar huis neemt, heeft ze een winkelwagentje vol spullen die ze zelf
Bijlage bij best practice voedselmarkt
Artikel uit het Parool, 17 juli 2023
Van der Woude staat bij de inpaktafel en trekt haar boodschappentrolley naar zich toe. De tafel ligt vol producten: pitabroodjes, yoghurtdrink, een plastic tasje met spruiten, sinaasappels en avocado’s. Als klant van de Voedselbank heeft ze er recht op. Gelukkig, verzucht ze erbij. Ze heeft 50 euro per week te besteden. ‘Van zijn never nooit niet’ kan ze zich dit allemaal veroorloven, zegt ze, terwijl ze een casinobrood en bamigroenten inpakt. “Mooi dat we het nu allemaal zelf mogen uitkiezen.” Wie niet beter zou weten, ziet in kerk De Ark in de Aakstraat in Noord geen voedselbank, maar een verzameling winkeltjes. Sinds kort zit hier de Sociale Markt, een soort winkelcentrum voor mensen die financieel krap zitten. Dat spullen hier gratis of bijna gratis zijn, is aan de winkels niet te zien. Dit heeft niet de sfeer van een uitgiftepunt, maar veel meer
die van een overdekte markt.
Smet van de aalmoes
En dat is precies de bedoeling, zegt Hans Teunissen van de Voedselbank. De smet van de aalmoes moet ervan af. Aan een voedselpakket kleeft dat wel, maar veel minder aan een winkel waar je zelf bepaalt wat je koopt en wat je laat staan. “Dat je zelf kan kiezen draagt bij aan het gevoel van eigenwaarde,” zegt Teunissen. “Bovendien krijgen mensen nu ook echt de producten die ze nodig hebben. Toen we nog voedselpakketten uitdeelden, vonden we ook spullen in de vuilnisbakken bij de Voedselbank. Die producten hadden we met een ingewikkelde distributie en logistiek bij de Voedselbank gekregen, en dan werd het weggegooid. Zonde.”
Dus borduurde de Voedselbank in Noord, samen met het Leefkringhuis, het Leger des Heils en de ‘huisbaas’ van De Ark, de Protestantse Diaconie Noord, voort op het concept van een markt. Met winkels, karretjes, schappen en een eigen boodschappenlijstje. Dat principe is niet nieuw: bij de Voedselbank in Zuid werken ze al sinds 2020 met het concept van een supermarkt. Maar hier in Noord willen ze dat nog verder uitbouwen. Naast een supermarkt is er ook een winkel met non-food, zoals wasmiddel en maandverband. In een kantoor heeft de kapper een kapsalon ingericht en het Leger des Heils heeft een kledingwinkel waar je voor een paar euro een nieuwe – tweedehands – outfit kan kopen. “We willen er in de toekomst nog heel graag een sociale fietsenmaker bij. Alles onder één dak. De Sociale Markt is de Voedselbank 2.0.” In de Sociale Markt is ook een gratis kapper, net als een winkel met tweedehandskleding.Beeld Joris van Gennip
Puntensysteem
Huub Waalewijn van de Diaconie Noord vertelt dat de diaconie de kerk graag voor de buurt en de Noorderlingen wil openstellen, dus niet alleen voor de klanten van de Voedselbank. Kerkdiensten worden er niet meer gehouden. “Maar er is wel een ontmoetingsruimte waar iedereen welkom is voor een kop koffie of thee. Sommigen komen alleen om de krant te lezen. Ook dat is prima.” Er is een handwerkclub en een taalcafé. Maar nu, spitsuur in de Sociale Markt, waar wekelijks 280 huishoudens hun boodschappen halen, komen er vooral mensen met winkelwagentjes voorbij. Onder het kerkorgel klinkt geroezemoes. Verderop, in de zogeheten Sociale Kruidenier, is de grootste drukte voorbij. Achter een tafel zit vrijwilliger Henneke Hagen. Op de schappen staan flessen afwasmiddel, wasmiddel en schoonmaakproducten. De winkel werkt met een puntensysteem: een alleenstaande mag elke maand voor tien punten aan producten uitgeven, een groot gezin krijgt maximaal dertig punten. Zonnebrandcrème, doorgaans flink aan de prijs, ‘kost’ hier 2 punten. Tandenborstels voor kinderen delen ze gewoon uit. “Dit zijn toch de dingen die er het eerst bij inschieten. Het is mooi als we via deze weg kunnen stimuleren dat deze spullen gebruikt worden – zeker als het om kinderen gaat.” Maandverband mogen mensen altijd meenemen, ook zonder het inleveren van punten. Sociale kruideniershoekje
Hagen wil het toch even gezegd hebben: “Het is schandalig dat een voedselbank nodig is. Wij zijn hier pleisters aan het plakken.” Maar als je het dan toch doet, is de gedachte, zorg dan dat de toon en sfeer niet te bevoogdend is. In haar eigen sociale kruideniershoekje zorgt Hagen daarvoor door ‘mensen niet in de nek te hijgen’. “Mensen willen soms gewoon even rustig winkelen. Anderen hebben wat hulp nodig. Dat moet je proberen af te tasten. Ook belangrijk: mensen hoeven geen dankbaarheid te tonen.” Liever niet zelfs, want dat wordt al snel ongemakkelijk.
Al met al hopen de initiatiefnemers dat de drempel van de Ark voor mensen die in aanmerking komen voor de Voedselbank steeds een beetje lager wordt. Van der Woude kent ze ook, de mensen die niet naar de Voedselbank durven. “Dan zeggen ze: ‘Ik heb mijn hele leven hard gewerkt en dan moet ik nu mijn hand ophouden. Echt niet.’ Dat zeg ik: Nou, daarom júíst, je hebt er recht op’. Maar goed, ík schaam me niet. Ik zit bij de Voedselbank, nou, en dat is nu eenmaal zo.”
Amsterdammers bij de Voedselbank
In Amsterdam komen circa vierduizend mensen (1750 huishoudens) wekelijks bij de tien uitgiftepunten en twee winkels – in Noord en Zuid – van de Voedselbank. Niet iedereen met weinig geld komt in aanmerking voor de Voedselbank. Mensen zonder papieren kunnen er niet terecht. Ook wordt er geselecteerd op leefgeld. Na aftrek van de vaste lasten mag je als echtpaar zonder kinderen per maand niet meer geld overhouden dan 410 euro. Voor een stel met drie kinderen is dat 740 euro. Voedselbanken Nederland heeft de drempel om in te stromen vorig jaar verlaagd, omdat de kosten van het levensonderhoud door de inflatie hard is gestegen. Uit analyse van de CBS-gegevens blijkt dat circa 100.000 Amsterdammers (grofweg 1 op de 9) in een dermate kwetsbare positie zitten dat ze zich waarschijnlijk niet structureel een gezonde maaltijd kunnen veroorloven. Mensen die twijfelen of ze in aanmerking komen voor de Voedselbank kunnen de vraag voorleggen aan het Buurtteam Amsterdam.