Uit de wet- en regelgeving blijkt aan welke vereisten een overeenkomst voor het doen van een aftrekbare periodieke gift moet voldoen (artikel 6.38, achtste lid, Wet IB 2001 jo. artikel 41 van de Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001). Een van de vereisten voor de aftrekbaarheid van de periodieke gift is dat de overeenkomst de naam, het adres en het burgerservicenummer van de belastingplichtige vermeldt. In de modelovereenkomst op de site van de Belastingdienst zijn deze persoonsgegevens dan ook opgenomen. Ontbreken die gegevens, dan kan de belastingplichtige géén gebruik maken van de aftrek voor periodieke giften.
Dit is anders als het gaat om de persoonsgegevens (inclusief het burgerservicenummer) van de partner van de belastingplichtige. De gegevens van de partner hoeven niet te worden opgenomen in de onderhandse akte voor de periodieke gift. Hierover is een Kennisgroepstandpunt van de Belastingdienst gepubliceerd. De partner moet wel toestemming geven voor de gift door de schenker (belastingplichtige), wil er sprake zijn van een aftrekbare periodieke gift. Als die toestemming ontbreekt, bestaat namelijk (indirect) de mogelijkheid voor de schenker om de al vervallen termijnen te herroepen. Deze toestemming van de partner is vormvrij en hoeft niet op de overeenkomst te zijn vermeld, maar moet wel door de belastingplichtige aannemelijk worden gemaakt.
Privacyaspecten #
Op basis van de wet (artikel 6 lid 1 sub c van de AVG) mag je persoonsgegevens verwerken wanneer dat noodzakelijk is voor het voldoen aan een wettelijke verplichting – in dit geval is dat het bovenstaande artikel 41, lid 1a: het kunnen overleggen van de schenkingsovereenkomst bij een fiscale controle. Wel is het van belang om de persoonsgegevens zorgvuldig te verwerken. Zo mag je de persoonsgegevens maar maximaal 7 jaar bewaren na de laatste donatie. Verder mogen alleen bevoegde medewerkers toegang hebben tot die persoonsgegevens.