High-level ANBI-check Voedselbank

Domein:

Voorwaarden

Voldaan

Opmerking

Uit de statuten moet blijken dat er geen winstoogmerk is

Uit de statuten en de dagelijkse gang van zaken moet blijken dat de Voedselbank geen winstoogmerk heeft.

Bijv.: In art. 3.3 Modelstatuten staat dat VB geen winstoogmerk heeft.

Zie voor verdere toelichting paragraaf 2 van het memo onder het kopje ‘Statutaire voorwaarden’, blz. 3, voorwaarde 3.

Uit statuten en feiten moet blijken dat de instelling zich voor minstens 90% inzet voor het algemeen belang (algemeen nut vereiste)

Uit de statuten en de dagelijkse gang van zaken moet blijken dat de Voedselbank zich voor ten minste 90% inzet voor het algemeen belang.

Bijv.: Art. 3.1 en 3.2 Modelstatuten beschrijven het doel van de VB en haar activiteiten.

Zie voor verder toelichting paragraaf 2 van het memo onder het kopje ‘Statutaire voorwaarden’, blz. 3, voorwaarde 2en paragraaf 3.

Uit statuten en feiten moet blijken dat een natuurlijk persoon (of rechtspersoon) niet kan beschikken over het vermogen van de instelling als ware het zijn eigen vermogen (beschikkingsmachtscriterium)

De statuten (artikel 3.7 en 4.1 Modelstatuten), het governancebeleid en de besluitvormingsprocedures van de Voedselbank moeten waarborgen dat een natuurlijk persoon of rechtspersoon niet mag handelen alsof het vermogen van de Voedselbank zijn eigen bezit is.

Het bestuur moet uit minimaal drie personen bestaan met een gelijk stemrecht. Leg in de statuten vast dat verwante bestuurders nooit samen de meerderheid van de stemmen hebben en dat een bestuurder bij een (direct of indirect) tegenstrijdig belang niet deelneemt aan de beraadslaging en besluitvorming; borg dit ook in de praktijk door dit in de notulen op te nemen.

Zie voor verdere toelichting paragraaf 2 van het memo onder het kopje ‘Statutaire voorwaarden’, blz. 3-4, voorwaarde 5.

De leden van het hoogste beleidsbepalende orgaan mogen slechts een onkostenvergoeding en een niet- bovenmatig vacatiegeld ontvangen

Bijv.: Het hoogst beleidsbepalende orgaan binnen de VB is …

Art. 4.11 Modelstatuten bepaalt dat bestuursleden geen beloning ontvangen voor hun werkzaamheden. Zij hebben wel recht op vergoeding van de door hen in de uitoefening van hun functie gemaakte kosten. In het jaarverslag (p. ..) is hierover bepaald dat …

Zie voor verdere toelichting paragraaf 2 van het memo onder het kopje ‘Financiële voorwaarden’, blz. 4-5, voorwaarde 7.

Een actueel beleidsplan moet inzicht geven in de werkzaamheden en de werving van inkomsten, het beheer en de besteding van gelden dat inzicht geeft in:
• de door de instelling te verrichten werkzaamheden;
• de wijze van verwerving van gelden;
• het beheer van het vermogen van de instelling; en
• de besteding van het vermogen.

Publiceer elke twee tot drie jaar een actueel beleidsplan van de Voedselbank op de eigen website en bespreek dit tijdens bestuursvergaderingen. Het beleidsplan moet transparantie bieden over de relevante onderwerpen.

Bijv.: Art. 5.4 Modelstaten bepaalt dat het bestuur erop toeziet dat de Stichting een actueel beleidsplan heeft.

Op de website van de VB staat een actueel beleidsplan ‘…..’ [jaartal].

Zie voor verder toelichting paragraaf 2 van het memo onder het kopje ‘Beleidsplan en publicatieverplichting’, blz. 5, voorwaarde 9.

De instelling mag niet meer vermogen aanhouden dan redelijkerwijs nodig is voor het werk van de instelling ( ‘bestedingscriterium’). Daarom moet het eigen vermogen beperkt blijven.

De Voedselbank mag niet meer vermogen aanhouden dan redelijkerwijs nodig is voor de continuïteit van de geplande werkzaamheden. Als richtlijn geldt dat een continuïteitsreserve van maximaal 1,5 keer het gemiddelde kostenniveau van de eigen werkorganisatie over de afgelopen drie jaar in principe aanvaardbaar is. Daarnaast moet de Voedselbank bestemmingsreserves onderbouwen met concrete projecten, bedragen en een bestedingstermijn van in principe maximaal twee jaar.

De Voedselbank mag vermogen alleen aanhouden voor de continuïteit van de werkzaamheden, als stamvermogen onder door de schenker of erflater gestelde instandhoudingsvoorwaarden, of voor bezittingen die nodig zijn voor de uitvoering van de doelstelling, zoals panden, transportmiddelen, installaties en ICT. De Voedselbank moet dit goed vastleggen in de financiële administratie. Het ANBI-besluit 2025 biedt hiervoor praktische handvatten. Wie daaraan voldoet, verkleint de kans op discussie met de Belastingdienst aanzienlijk.

Bijv.: Art. 3.6 van de Modelstaten regelt dat de VB niet meer vermogen aanhoudt dan nodig is. Uit het Jaarverslag blijkt dat de VB een eigen vermogen aanhoudt van … euro. In de toelichting staat dat …..

Zie voor verdere toelichting paragraaf 2 van het memo onder het kopje ‘Financiële voorwaarden’, blz. 4, voorwaarde 6 en paragraaf 4, blz. 8-9.

De instelling heeft een redelijke verhouding tussen beheerkosten en bestedingen

Uit het jaarverslag van de Voedselbank moet blijken dat de beheerkosten van de Voedselbank in een redelijke verhouding staan tot de bestedingen aan de doelstelling (voedselhulp).

Zie voor verdere toelichting paragraaf 2 van het memo onder het kopje “Financiële voorwaarden”, blz. 5, voorwaarde 8.

Uit de statuten van de instelling moet blijken dat een eventueel positief liquidatiesaldo wordt besteed ten behoeve van een algemeen nut beogende instelling of van een buitenlandse instelling die uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het algemeen nut beoogt

De statuten (art. 11.5 Modelstatuten) moeten een bepaling bevatten waarin dit is geregeld. De Belastingdienst controleert strikt op een juiste formulering van deze bepaling.

Bijv.: Art. 11.5 Modelstatuten bepaalt dat een batig liquidatiesaldo wordt besteed ten behoeve van een algemeen nut beogende instelling met een soortgelijke doelstelling of van een buitenlandse instelling die uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het algemeen nut beoogt en die een soortgelijke doelstelling heeft.

Zie voor verdere toelichting paragraaf 2 onder het kopje “Statutaire voorwaarden”, blz. 3, voorwaarde 4.

De instelling is verplicht via internet op elektronische wijze informatie over haar functioneren openbaar te maken. Deze informatie moet ten minste bestaan uit:
1. De naam van de instelling;
2. Het Rechtspersonen Samenwerkingsverbanden Informatienummer (RSIN), dan wel het fiscaal nummer (als het gaat om een buitenlandse instelling; dit fiscaal nummer kan aangevraagd worden bij de Belastingdienst);
3. Het post- of bezoekadres, dan wel het telefoonnummer, dan wel het e-mailadres van de instelling;
4. De doelstelling volgens de statuten van de instelling;
5. De hoofdlijnen van het actuele beleidsplan;
6. De bestuurssamenstelling, het beloningsbeleid van de instelling en de namen van de bestuurders. Het beloningsbeleid ziet op de beloning van de leden van het beleidsbepalende orgaan van de instelling. Daarnaast moet de ANBI het beloningsbeleid voor het personeel bekendmaken. Een verwijzing naar de toepasselijke CAO of salarisregeling is daarvoor voldoende. De instelling moet de namen van haar bestuurders bekendmaken. Dit geldt niet voor de namen van de bestuurders van kerkgenootschappen en de namen van bestuurders waarvoor de inspecteur ontheffing verleent omdat is aangetoond dat publicatie van deze namen een reëel gevaar oplevert voor de persoonlijke veiligheid van deze bestuurders of van hun familieleden;
7. Een actueel verslag van de uitgeoefende activiteit of activiteiten van de instelling;
8. De balans en de staat van baten en lasten, met toelichting, van de instelling. Deze informatie moet telkens binnen zes maanden na afloop van het boekjaar openbaar gemaakt worden.

De Voedselbank is verplicht om online binnen zes maanden na afloop van het boekjaar diverse informatie over haar functioneren te publiceren. In het kader van deze publicatieplicht is een standaardformulier (‘standaardformulier publicatieplicht fondswervende instellingen’) beschikbaar via de website van de

Belastingdienst.

Zie voor verder toelichting paragraaf 2 van het memo onder het kopje “Beleidsplan en publicatieverplichting”, blz. 5-6, voorwaarde 10.

De instelling, een bestuurder van de instelling of een persoon die feitelijk leiding geeft aan de instelling, dan wel een voor de instelling gezichtsbepalend persoon,
mag in de afgelopen vier kalenderjaren niet onherroepelijk zijn veroordeeld wegens het opzettelijk plegen van een misdrijf, waarbij een ernstige inbreuk op de rechtsorde is
opgetreden (integriteitstoets)

Bijv.: In art. 4 Modelstatuten is de integriteitseis geregeld.

Zie voor verdere toelichting paragraaf 2 van het memo onder het kopje “Overige voorwaarden”, blz. 6, voorwaarde 12.