Bijlage 1 Modelstatuten voor een voedselbank
(conform artikel 1.4 van het Voedselbank Reglement)
Vandaag, ***, verschenen voor mij, ***, notaris te ******.
De verschenen personen verklaarden bij deze een stichting op te richten (of
statutenwijziging van bestaande voedselbank), waarvoor gelden de volgende
S T A T U T E N.
Artikel 1 Definities
In deze statuten gelden de volgende definities:
- Stichting: de rechtspersoon waarop deze statuten betrekking hebben.
- Voedselbankactiviteiten: het (direct of indirect) verstrekken van (pakketten met) levensmiddelen aan personen of personen die daarvoor in aanmerking komen en het acquireren van levensmiddelen.
- Voedselbanken Nederland: de Vereniging van Nederlandse Voedselbanken, statutair gevestigd te Utrecht.
Artikel 2 Naam, zetel
2.1 De Stichting draagt de naam: Stichting Voedselbank ***.
2.2 De Stichting heeft haar zetel te ***.
Artikel 3 Doel
3.1 De Stichting heeft ten doel:
- het bieden van directe voedselhulp aan de armste mensen; en
- het tegengaan van verspilling van goed voedsel.
3.2 De Stichting tracht haar doel te bereiken door:
- het uitvoeren van Voedselbankactiviteiten in haar werkgebied;
- het aangesloten zijn bij Voedselbanken Nederland en zich houden aan de statuten van Voedselbanken Nederland, het door de Algemene Ledenvergadering van de vereniging vastgestelde Voedselbankreglement en de besluiten van die ledenvergadering; en
- het verrichten van alle verdere werkzaamheden, die met het vorenstaande in de ruimste zin verband houden of daartoe bevorderlijk kunnen zijn.
3.3 De Stichting onderneemt geen commerciële activiteiten en beoogt niet het maken van winst.
3.4 De Stichting beoogt een algemeen nut beogende instelling als bedoeld in artikel 5b Algemene wet inzake rijksbelastingen, of een daartoe in de plaats getreden bepaling, te zijn en als zodanig aangemerkt te zijn door de Nederlandse belastingdienst. Het uitkeringsbeleid van de Stichting dient zodanig te zijn dat de Stichting kan worden aangemerkt als een instelling als bedoeld in artikel 32 lid 1 sub 3 van de Successiewet 1956 juncto artikel 6.33 sub b van de Wet inkomstenbelasting 2001.
3.5 Het bestuur draagt er zorg voor dat de Stichting een neutrale houding behoudt ten aanzien van levensovertuiging, politieke stroming en dergelijke.
3.6 De Stichting mag niet meer vermogen aanhouden dan redelijkerwijs nodig is voor de activiteiten van de Stichting.
3.7 Geen natuurlijk persoon of rechtspersoon (anders dan de Stichting zelf) kan over het vermogen van de Stichting beschikken als ware het zijn eigen vermogen.
Artikel 4 Bestuur, samenstelling, benoeming, schorsing, ontslag, belet en
ontstentenis
4.1 Het bestuur van de Stichting bestaat uit tenminste drie natuurlijke personen.
Het aantal bestuursleden wordt vastgesteld door het bestuur. Leden van het bestuur dienen te bestaan uit personen die geen relatie met elkaar hebben. Onder relatie wordt in dit verband verstaan: bloed- of aanverwantschap tot en met de vierde graad, gehuwd zijn, geregistreerd partners zijn en/of samenwonende zijn.
4.2 De bestuursleden alsmede alle andere personen die als vrijwilliger rechtstreeks betrokken zijn bij de Stichting moeten voldoen aan de navolgende integriteitseisen:
- zij mogen niet aanzetten tot haat of het gebruik van geweld; en
- zij mogen in de afgelopen vier jaar voorafgaande aan hun benoeming niet zijn veroordeeld voor een misdrijf.
Daarnaast dienen betrokkenen:
- een geheimhoudingsverklaring te hebben getekend; en
- voor zover het bestuursleden, coördinatoren en intakers betreft, een positieve Verklaring omtrent het Gedrag voor Natuurlijke Personen (VOG-NP) zonder bezwaar te hebben aangevraagd en gekregen.
4.3 Het bestuur (met uitzondering van het eerste bestuur, waarvan de leden in functie worden benoemd) kiest uit haar midden een voorzitter, een secretaris en een penningmeester en optioneel een vicevoorzitter. De functies van secretaris en penningmeester kunnen ook door één persoon worden vervuld.
4.4 Bestuursleden (met uitzondering van de eerste bestuursleden, die bij deze akte
worden benoemd) worden benoemd door het bestuur. Het bestuur dient naar een juiste samenstelling van het bestuur te streven, op onder meer financieel, juridisch en bestuurlijk gebied.
4.5 Bestuursleden worden benoemd voor een periode van maximaal vier jaar. De bestuursleden treden af volgens een door het bestuur op te maken rooster van aftreden. Een volgens het rooster aftredend bestuurslid is maximaal twee keer herbenoembaar.
Een in een tussentijdse vacatures benoemd bestuurslid door het bestuur neemt op het rooster de plaats in van diegene in wiens vacature hij werd benoemd.
4.6 Een bestuurslid kan te allen tijde door de overige bestuursleden worden geschorst en ontslagen. Terzake van schorsing, handhaving of opheffing van de schorsing of ontslag besluit het bestuur met een meerderheid van ten minste twee/derde van de uitgebrachte stemmen. Het betrokken bestuurslid wordt in de gelegenheid gesteld zich in een vergadering van het bestuur te verantwoorden. Daarbij kan hij zich doen bijstaan door een raadsman.
4.7 De schorsing van een bestuurslid vervalt, indien het bestuur niet binnen drie maanden na de datum van ingang van de schorsing besluit tot ontslag, tot opheffing of handhaving van de schorsing. Een schorsing kan eenmaal voor ten hoogste drie maanden worden gehandhaafd, ingaande op de datum waarop het besluit tot handhaving van de schorsing werd genomen.
4.8 Een bestuurslid defungeert:
– door zijn overlijden;
– doordat hij failliet wordt verklaard of doordat de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen op hem – al dan niet voorlopig – van toepassing wordt verklaard;
– door zijn onder curatelestelling;
– door zijn vrijwillig aftreden;
– door zijn ontslag door de rechtbank;
– door zijn ontslag verleend door de gezamenlijke overige bestuursleden overeenkomstig het bepaalde in artikel 4.6;
– door zijn (periodiek) aftreden, al dan niet volgens het rooster van aftreden als bedoeld in artikel 4.5, dan wel door verloop van de periode als bedoeld in artikel 4.9, zonder herbenoeming;
– doordat hem surseance van betaling wordt verleend;
– doordat één of meer van zijn goederen onder meerderjarigenbewind, als bedoeld in titel 19 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, worden gesteld; en
– door een onherroepelijke veroordeling voor het aanzetten tot haat, aanzetten tot geweld, het gebruik van geweld of het opzettelijk plegen van een misdrijf waardoor hij de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar heeft gebracht, tenzij sinds deze veroordeling vier (4) kalenderjaren zijn verstreken.
4.9 In vacatures wordt zo spoedig mogelijk voorzien.
Een niet voltallig bestuur behoudt zijn bevoegdheden. Indien het bestuur uit minder dan drie (3) personen bestaat en niet binnen drie (3) maanden wordt voorzien in een vacature, kan in de vacature(s) worden voorzien door benoeming door Voedselbanken Nederland, zulks ter beoordeling aan laatstgenoemde zodat het aantal bestuursleden wordt aangevuld tot drie (3) personen. Een dergelijke benoeming geschiedt voor de maximale periode van zes (6) maanden. Dit bestuurslid is herbenoembaar overeenkomstig het bepaalde artikel 4.5.
4.10 Bij ontstentenis of belet van één of meer bestuursleden, niet zijnde alle bestuursleden of het enige (overgebleven) bestuurslid, zijn de overblijvende leden, of is het overblijvende lid met het gehele bestuur belast. Bij ontstentenis of belet van alle bestuursleden of van het enige (overgebleven) bestuurslid wordt de Stichting tijdelijk bestuurd door een persoon die daartoe door de rechtbank van het arrondissement waar de Stichting haar zetel heeft, op verzoek van één of meer belanghebbende(n), is of wordt aangewezen.
Degene die bij ontstentenis of belet van bestuursleden is aangewezen tot het verrichten van bestuursdaden, wordt voor wat betreft deze bestuursdaden met een bestuurslid gelijkgesteld.
4.11 Bestuursleden ontvangen geen beloning voor hun werkzaamheden. Zij hebben wel recht op vergoeding van de door hen in de uitoefening van hun functie gemaakte kosten.
Artikel 5 Bestuursbevoegdheid
5.1 Het bestuur is belast met het besturen van de Stichting. Bij de vervulling van hun taak richten de bestuursleden zich naar het belang van de Stichting en de met haar verbonden onderneming of organisatie. Het bestuur houdt rekening met de bijzondere maatschappelijke verantwoordelijkheid van de Stichting en draagt zorg voor de naleving van de op de stichting van toepassing zijnde wet- en regelgeving, waaronder begrepen de voorwaarden die worden gesteld aan een algemeen nut beogende instelling, zoals bedoeld in artikel 5b Algemene wet inzake rijksbelastingen of een daarvoor in de plaats komende regeling.
5.2 Het bestuur is niet bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten waarbij de Stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een ander verbindt.
5.3 Het bestuur is [niet] bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen.
5.4 Het bestuur zal erop toezien dat de Stichting een actueel beleidsplan heeft.
5.5 Erfstellingen kunnen slechts onder het voorrecht van boedelbeschrijving (beneficiair) worden aanvaard.
5.6 Indien een schenking wordt verricht waarbij de stichting optreedt als begiftigde, dient in de schenkingsovereenkomst expliciet te worden opgenomen dat de schenking mag worden toegevoegd aan het vermogen van de stichting, mits het rendement van het geschonken vermogen wordt besteed conform de doelstelling van de stichting.
Artikel 6 Vertegenwoordiging
6.1 Het bestuur vertegenwoordigt de Stichting, voor zover uit de wet niet anders voortvloeit.
6.2 De vertegenwoordigingsbevoegdheid komt tevens toe aan twee gezamenlijk handelende bestuursleden.
6.3 Het bestuur kan besluiten tot de verlening van volmacht aan één of meer bestuursleden, alsmede aan derden, om de Stichting binnen de grenzen van die volmacht te vertegenwoordigen.
Artikel 7 Bestuursvergaderingen
7.1 De bestuursvergaderingen worden gehouden in de gemeente waar de Stichting haar zetel heeft of ter plaatse in Nederland als bij de oproeping bepaald.
7.2 Onverminderd het bepaalde in artikel 9 lid 2 worden vergaderingen van het bestuur gehouden zo dikwijls als de voorzitter of één van de overige bestuursleden dit wenselijk acht.
7.3 De oproeping tot de vergadering geschiedt aan de stemgerechtigde bestuursleden ten minste zeven dagen tevoren, de dag van de oproeping en die van de vergadering niet meegerekend, door middel van oproepingsbrieven, al dan niet verzonden op elektronische wijze.
7.4 De oproepingsbrieven vermelden, behalve plaats en tijdstip van de vergadering, de te behandelen onderwerpen.
7.5 Toegang tot de bestuursvergadering hebben de bestuursleden die niet geschorst zijn. Een geschorst bestuurslid heeft toegang tot de bestuursvergadering waarin het besluit tot schorsing, tot opheffing of handhaving van de schorsing wordt behandeld en is bevoegd daarover het woord te voeren.
7.6 Een stemgerechtigd bestuurslid kan zich door een ander zodanig bestuurslid ter vergadering schriftelijk doen vertegenwoordigen. Een bestuurslid kan slechts één medebestuurslid ter vergadering vertegenwoordigen.
7.7 De vergaderingen worden geleid door de voorzitter; bij diens afwezigheid voorzien de aanwezigen zelf in de leiding van de vergadering.
7.8 De voorzitter van de vergadering bepaalt de wijze waarop de stemmingen in de vergaderingen worden gehouden, met dien verstande, dat indien één of meer bestuursleden zulks verlangen, stemmingen over personen schriftelijk geschieden.
7.9 Het door de voorzitter van de vergadering ter vergadering uitgesproken oordeel omtrent de uitslag van een stemming is beslissend. Hetzelfde geldt voor de inhoud van een genomen besluit, voor zover werd gestemd over een niet schriftelijk vastgelegd voorstel.
7.10 Van het verhandelde in de vergaderingen worden notulen gehouden door de secretaris of door één van de andere aanwezigen, door de voorzitter van de vergadering daartoe aangezocht. De notulen worden vastgesteld en getekend door degenen, die in de vergadering als voorzitter en secretaris hebben gefungeerd.
7.11 Bestuursvergaderingen kunnen worden gehouden door het bijeenkomen van bestuursleden of door middel van telefoongesprekken, “video conference” of via andere communicatiemiddelen, waarbij alle deelnemende bestuursleden in staat zijn gelijktijdig met elkaar te communiceren. Deelname aan een op deze wijze gehouden vergadering geldt als het ter vergadering aanwezig zijn.
Artikel 8 Bestuursbesluiten
8.1 Ieder bestuurslid heeft, voor zover hij niet is geschorst, het recht tot het uitbrengen van één stem. Voor zover de wet of deze statuten geen grotere meerderheid voorschrijven worden alle bestuursbesluiten genomen met volstrekte meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen. Blanco stemmen worden beschouwd als niet te zijn uitgebracht.
8.2 Het bestuur kan ter vergadering alleen dan geldige besluiten nemen indien minimaal twee/derde van de stemgerechtigde bestuursleden ter vergadering aanwezig of vertegenwoordigd is.
8.3 Zolang in een bestuursvergadering alle stemgerechtigde bestuursleden aanwezig zijn, kunnen geldige besluiten worden genomen over alle aan de orde komende onderwerpen, mits met algemene stemmen, ook al zijn de door de statuten gegeven voorschriften voor het oproepen en houden van vergaderingen niet in acht genomen.
8.4 Een bestuurslid neemt niet deel aan de beraadslaging en besluitvorming indien hij daarbij een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang bedoeld in artikel 5.1. Wanneer hierdoor geen besluit kan worden genomen, wordt het besluit genomen door het bestuur onder schriftelijke vastlegging van de overwegingen die aan het besluit ten grondslag liggen.
8.5 Het bestuur kan ook buiten vergadering besluiten nemen, mits alle bestuursleden in de gelegenheid zijn gesteld schriftelijk, al dan niet per enig telecommunicatiemiddel, hun mening te uiten. Van een aldus genomen besluit wordt onder bijvoeging van de ingekomen antwoorden door de secretaris een relaas opgemaakt, dat na medeondertekening door de voorzitter bij de notulen wordt gevoegd.
Artikel 9 Boekjaar en jaarstukken
9.1 Het boekjaar van de Stichting is gelijk aan het kalenderjaar.
9.2 De penningmeester sluit per de laatste dag van het boekjaar de boeken van de Stichting af en maakt daaruit zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen vijf maanden na afloop van het boekjaar een jaarrekening (bestaande uit een balans, een staat van baten en lasten en een toelichting) op over het verstreken boekjaar.
9.3 Het bestuur verleent opdracht tot onderzoek van de jaarrekening. Het onderzoek kan verricht worden door een externe accountant dan wel een kascommissie.
9.4 De jaarrekening wordt door het bestuur in een vergadering, te houden binnen zes maanden na afloop van het boekjaar, vastgesteld en ten blijke daarvan door alle bestuursleden ondertekend.
9.5 De penningmeester zendt de jaarrekening en eventuele andere, in het vorige lid vastgestelde stukken voor het einde van de in het eerste lid bedoelde termijn aan alle bestuursleden.
Artikel 10 Statutenwijziging
10.1 Het bestuur is bevoegd deze statuten te wijzigen, voor zover de voorgenomen wijziging in lijn is met de door Voedselbanken Nederland vastgestelde reglementen. Het besluit tot statutenwijziging kan slechts worden genomen in een bestuursvergadering waarin alle stemgerechtigde bestuursleden aanwezig of vertegenwoordigd zijn, met een meerderheid vertegenwoordigende ten minste drie/vierde van de stemmen.
10.2 Indien in een vergadering als in lid 1 bedoeld niet alle stemgerechtigde bestuursleden aanwezig of vertegenwoordigd zijn, wordt een tweede vergadering bijeengeroepen, te houden binnen één maand na de eerste vergadering, waarin ongeacht het aantal aanwezige of vertegenwoordigde stemgerechtigde bestuursleden tot statutenwijziging kan worden besloten, mits het besluit wordt genomen met een meerderheid van drie/vierde van de stemmen die door de aanwezigen in die vergadering kunnen worden uitgebracht. Bij de oproeping tot bedoelde tweede vergadering dient te worden medegedeeld dat het hier een tweede vergadering als vorenbedoeld betreft.
10.3 De wijziging moet op straffe van nietigheid bij notariële akte tot stand komen.
Ieder bestuurslid afzonderlijk is bevoegd de desbetreffende akte te verlijden.
Artikel 11 Ontbinding en vereffening
11.1 Het bestuur is bevoegd de Stichting te ontbinden. Op het daartoe te nemen besluit is het bepaalde in artikel 10 lid 1 en 2 van overeenkomstige toepassing.
11.2 De Stichting blijft na haar ontbinding voortbestaan voor zover dit tot vereffening van haar vermogen nodig is.
11.3 Bij de ontbinding van de Stichting geschiedt de vereffening door het bestuur.
11.4 Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van deze statuten zoveel mogelijk van kracht.
11.5 Een batig liquidatiesaldo wordt besteed ten behoeve van een algemeen nut beogende instelling met een soortgelijke doelstelling of van een buitenlandse instelling die uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het algemeen nut beoogt en die een soortgelijke doelstelling heeft.
11.6 Na afloop van de vereffening blijven de boeken, bescheiden en andere gegevensdragers van de ontbonden Stichting gedurende zeven jaren berusten onder de door de vereffenaars aan te wijzen persoon.
Artikel 12 Reglement
12.1 Het bestuur is bevoegd een reglement vast te stellen, waarin die onderwerpen worden geregeld, die naar het oordeel van het bestuur (nadere) regeling behoeven.
12.2 Het reglement mag niet met de wet, deze statuten of met het door Voedselbanken Nederland vastgestelde Voedselbankreglement in strijd zijn noch met de statuten van Voedselbanken Nederland.
12.3 Het bestuur is onverminderd het bepaalde in het vorige lid te allen tijde bevoegd het reglement te wijzigen of op te heffen.
Artikel 13 Slotbepalingen
In alle gevallen, waarin zowel de wet als deze statuten niet voorzien, beslist het bestuur.
Slotverklaringen
Tenslotte verklaarden de verschenen personen:
1. Tot bestuursleden van de Stichting ***** zijn benoemd.
2. Het eerste boekjaar van de Stichting eindigt op (DATUM INVULLEN).
SLOT
De verschenen personen zijn mij, notaris, bekend.
WAARVAN AKTE
is verleden te **** op de datum in het begin van deze akte vermeld.
De inhoud van deze akte is aan de verschenen personen zakelijk opgegeven en toegelicht. Hierbij zijn de verschenen personen gewezen op de gevolgen die uit de akte voortvloeien. De verschenen personen hebben vervolgens verklaard kennis te hebben genomen van de inhoud van de akte en met de inhoud en beperkte voorlezing van deze akte in te stemmen.
Onmiddellijk na beperkte voorlezing is deze akte door de verschenen personen en mij, notaris, ondertekend.
…………………………………… …………………………………………
(naam notaris) (naam voorzitter)
…………………………………… …………………………………………
(handtekening) (handtekening)
**********